Op vrijdagavond 18 september kwamen 25 schaatstrainers naar de Elfstedenhal in Leeuwarden om uit de mond van provinciegenoot Foppe de Haan, oud voetbaltrainer van o.a. Heerenveen en Jong Oranje, te horen wat een schaatstrainer kan leren van een voetbaltrainer.
Nadat de avond geopend was door Jan Boele, werd het woord gegeven aan Foppe voor een zeer inspirerende lezing over het belang van een goede basisconditie, waarbij alle facetten van (conditie) training uitgebreid aan bod kwamen. Het hele verhaal kwam hierop neer, de basisconditie moet op alle fronten op orde zijn, vergelijk het met het bouwen van een huis, de fundering moet op orde zijn om een mooi huis te kunnen bouwen. Zonder goede fundering lijkt het mogelijk eerst wel mooi, maar als dat niet op orde is komt het uiteindelijk niet goed. Dus altijd en in elke sport eerst een hele goede algemene fitheid realiseren en pas daarna door met de specifieke trainingen om de vaardigheden te verbeteren.
Doordat er nog nauwelijks gymnastiekonderwijs op school gegeven wordt, er veel minder buiten gespeeld wordt en veel uren op de telefoon doorgebracht worden etc. etc. is het bij alle sporten te zien dat de instromende jeugd tegenwoordig veel minder basisvaardigheden heeft aangeleerd. Daarom is het super belangrijk dat we de conditietrainingen vanaf heel jong al een prominente plaats geven tijdens de trainingen. Om het leuk te hebben en houden is het heel belangrijk om deze afwisselend en gevarieerd aan te bieden. Uithoudingsvermogen, kracht, coördinatie, lenigheid en snelheid moeten goed getraind worden, als je als sporter beter wil worden. De kennis van trainingsmethoden en de toepassing daarvan binnen de sport op een rij zetten door periodiseren in een week-, maand- of jaarplanning.
Ook werd er ingegaan op het gebruik van data in de (top)sport. Hoewel andere trainers in elke sport het anders zien, moet data in de ogen van Foppe de Haan een heel goede toevoeging zijn in het geven van trainingen, maar mag dit zeker niet leidend wezen. Training geven met persoonlijke aandacht voor de sporter, een veilige omgeving creëren, het gegeven dat er fouten gemaakt mogen worden en het bouwen aan een persoonlijke band met sporter (en hun omgeving) is het allerbelangrijkste om de trainingsdoelen van trainer en sporter ter bereiken.
Vele voorbeelden uit de lange trainers loopbaan van Foppe passeerde de revue met een zeker ondertoon en de nodige humor. Natuurlijk is het nodig dat er enig talent en kunde aanwezig is bij de sporter, maar “de kop die er op staat” is zeker zo belangrijk. Er moet een behoorlijke gedrevenheid en doorzettingsvermogen aanwezig zijn om te slagen als (top)sporter. Dit is in het voetbal niet anders dan bij het schaatsen en elke ander sport, aldus Foppe de Haan.
Na de pauze was er ruimte voor discussie met elkaar, waarbij op treffende wijze naar voren kwam hoeveel overeenkomsten er tussen een voetbal- en een schaatstrainer zijn. Natuurlijk zijn er grote verschillen, het zijn tenslotte totaal andere sporten, is voetbal een veel meer technische balsport en is schaatsen een technische bewegingsport, maar de vele overeenkomsten zijn er ook. Er ontstond ook nog een heel leuke discussie over de mogelijkheden van aanleren bij de duursporter en de sprinter. Ook in het voetbal is daar duidelijk een verschil in, met name middenvelders hebben over het algemeen veel meer (duur)vermogen dan aanvallers die het vaak moeten hebben van hun sprintcapaciteiten. Maar ook daar weer het willen leren van de vaardigheden, het gedreven zijn om het doel te bereiken etc. etc.
Al met al was het een leerzame en inspirerende avond, waarbij de vele verhalen uit de loopbaan van Foppe de Haan er voor zorgde dat het een heel leuke en boeiende bijscholing was. Na de overhandiging van een echt Hollands bedankje (een tasje met kaas, nootjes en sap) werd de avond, die mede georganiseerd was door Jan Boele, om 22.15 uur afgesloten.


